zaterdag 30 augustus 2014

Uitgevlogen

Wandelend stuitten wij op een plukje dons en natte ingewanden. Zo weinig nog, van een jong dat had moeten uitgroeien tot een vrolijke zangvogel. Grasmus misschien?
         Het nestje met vijf jonge grasmusjes, is knus maar veilig weggeborgen in de wirwar van meidoorntakken bezijden de landweg. Mamma, tevreden over hun vliegkunst, heeft haar kindjes gemaand: “Nooit aan deze kant het nest verlaten hoor!” Zij wijst met haar rechtervlerk.
         Uitvliegen!
         Ons grasmusje, eigenwijs of misschien behept met oriĆ«ntatieproblemen, landt op een onafzienbaar zwart vlak. Bijzonder! Zijn oogjes puilen uit. Hij negeert aanzwellend motorlawaai, dat zo vertrouwd klinkt alsof hij met een vol buikje in het warme nest doezelt.
         “Mammmaaa…, mamma kom eens kijken…”
         Het geluid sterft weg, de zon klimt.
         Niets is hier meer te doen, weet moeder Grasmus. Verdriet lijmt haar aan het asfalt. Als zij ons, twee wandelaars ziet verschijnen, weet zij dat vier kleintjes op haar bemoediging wachten.
        

         

Geen opmerkingen:

Een reactie posten