donderdag 29 januari 2015

Stelten

Twee stukken henneptouw en een leeg appelstroopblik, maar op één verhoogd been kun je niet lopen. Het tweede, waaruit nog voor twee of drie dagen smeren is, staat in het keukenkastje. Ik pik het mee en snoep de zoetzure stroop. Mijn maag verzet zich; de rest weggespoeld. Oké, zonde, maar dit is een noodsituatie.
      Mijn stelten zijn klaar!
      Trots stap ik het erf rond. Als een pauw, maar nog onzeker. Alras ga ik sneller en durf rond te kijken. De wereld lijkt kleiner, ik kijk zelfs neer op broer Jan die het ook graag eens probeert.
      Plots wankel ik vanwege een in het verwilderde gras verborgen tak. De volgende stap vouwt één blikken voet dubbel. Ik val in de eeuwige, rijkelijk met brandnetels doorschoten, stapel oude planken. Gemene schrammen ontsieren mijn onderarmen. Niets gebroken, maar het brandnetelgif is weerbarstig. 
      Moeder’ troost loop ik mis vanwege haar mogelijke gram.